Geschiedenis

Rijpwetering is zijn naam waarschijnlijk dank verschuldigd aan de ontstaanswijze rond 1300: door ontginning van de woestenij werden repen grond verkaveld. Een reep grond was een “Rijp”. Alle rijpen grond werden afgewaterd via een wetering; een gegraven afwatering. Zo ontstond Rijpwetering.

Globaal gezicht van de Lagelandse geschiedenis met betrekking tot Rijpweterng:

Vanaf ongeveer het jaar 1000 zijn de ontginningen in Nederland aangevangen. Doordat verschillende oorlogvoeringen staakten (Vikingen, Moren en Mongolen) vond er een flinke bevolkingsaanwas plaats in Europa. De geestelijken, die veelal ook machtsgericht te werk gingen deden niet onder voor de adellijke macht. Bid vecht en werk was de basis voor lagelandsche discipline. De leiding lag rond het jaar 1100 bij de graven Willem I, II en III , familie van “Van Alkemade”. In de tijd rond 1100 begonnen de kruistochten. Rond 1200 werd de basis van ons ontwateringssysteem gelegd door graaf Willem II. Dezelfde graaf Willem II heeft opdracht gegeven om het Binnenhof te bouwen als “residentie” voor zijn aanstaande functie als keizer van het “Romeinse rijk”. Helaas is graaf Willem II in 1252 net voor zijn benoeming tot keizer in een twist met de West-Friezen in Noord Holland vermoord, net nadat hij Hoogmade weggeschonken had? (zie de graaf Willem II-laan)

En rond 1300 ontstond Rijpwetering. Zoon van Willem II was graaf Floris. Floris was evenals zijn voorgangers op vooruitgang gericht; ontginnen, handel en daadkracht wonnen het van behoudendheid. Er was een ontwateringsprobleem in midden nederland; het huidige groene hart. Door ontginningen klonk de bodem in en moest er steeds meer water afgevoerd worden wat tot een “holtrekken” van het groene hart leidde.

In 1573 werd Leiden ontzet door de watergeuzen; Stadhouder Willem I (Willem de Zwijger) was de doorzetter en strateeg die de Spaanse overheersing wist te beteugelen. Nederland werd gevonden door vrije mensen die om geloofsredenen van elders hier onderdak vonden.

1600 tot 1700 was de Gouden eeuw; vlas en kaas was “Lagelands” economie,de VOC had grondstof nodig. Turf en veen voor de grote steden was ook levendige handel en zorgde voor lagere polders.

De oplossing werd ons beroemde afwatersysteem met molens en drietrapswaterafvoer (polder-, boezemwater- en zeeniveau). Vaste bemaling werd vervangen door op de wind draaibare molens die voor polderopschaling zorgde. Een dergelijke dure molen was noodzakelijk om het hoofd boven water te houden en door polders samen te voegen werd het haalbaar om dit te betalen.

1700 was zeer arm voor onze streek, Engelse oorlogen zorgden voor armoede. Het dorp Ade is destijds gelijdelijk tenonder gegaan aan de armoede. Het dorp Ade was groter dan Rijpwetering maar het dorp Ade in de Aderpolder (naast de Kagerpolder) bevatte ook het huidige Abbenes, Huigsloot, boerenbuurt en de poeldijk.

Rijpwetering bestaat uit de Veenderpolder, Blauwe polder, Lijkerpolder, Akkerslootpolder, Blijverspolder, Hertogspolder, Waterloospolder, Buurterpolder, kagerpolder, Aderpolder, Leendert de Boerpolder? Spijkereiland? Frederikspolder? Bij aanvang werd akkerbouw toegepast tot het te nat werd en nu veelal veeteelt wordt bedreven. Zuivelbedrijven zijn noodzakelijkerwijs ontstaan omdat melk in een waterrijkgebied niet altijd gemakkelijk te verwaarden is. Kaas- en boterbereiding maakte de melk houdbaar en beter verhandelbaar in de omliggende steden.

Rijpwetering ligt nu aan de A4 naast de HSL, de sneltrein naar Parijs onder de rook van Schiphol en aan het plassengebied Kagerplassen met een rijke historie die in het boekje “sprokkelen rond de Ade” van Theo v.d.Poel voor een deel te lezen is. Het boek ‘Van spoor naar spoor tussen de molens door” van Kees van Haastregt is ook een mooi stukje geschiedenis.Globaal zien we het vervoer wijzigigen van water naar spoor naar snelweg…naar het luchtruim.

(Plattegrond)

Bronnen:
Tussen Kaag en Braassem,
Sprokkelen rond de oude Ade
Enz.